


Arno Camenisch (1978) werd geboren in Tavanasa in de Zwitserse
deelstaat Graubünden. Hij schrijft gedichten, proza en toneelstukken. De
Sez Ner-trilogie wordt in twintig talen uitgegeven.
In Sez Ner voert Camenisch in korte, scherpe en levendige scènes het dorpsleven in de bergen van het kanton Graubünden op. Het is een wereld van hard en soms gevaarlijk werk, eenzaamheid en alcoholisme. Camenisch vangt deze wereld in zeer beeldend, tragi-komisch proza.
‘Laat ’m nog maar even bungelen, zegt de knecht van de kaasmaker. Zijn baas hangt verstrikt in een spar aan zijn parapente’.
De laconieke houding van de knecht is exemplarisch voor de
omgangsvormen van het stelletje personages dat met elkaar zit
opgescheept aan de voet van de bergtop Sez Ner. De varkenshoeder, de
koeherder, de kaasmaker en zijn knecht: samen wonen en werken ze op de
alm, maar ze staan ook los van elkaar, gaan hun gang, hebben hun
eigenaardigheden.
Sez Ner verschijnt als trilogie in één band – deel een heet ook Sez Ner, gevolgd door Achter het station en De laatste – vlak voor BorderKitchen bij de Bezige Bij in een vertaling van Miek Zwamborn.
Nieuwsgierig geworden? Lees hier alvast de eerste 30 pagina’s.
Met
zijn trilogie oogstte Camenisch in eigen land veel lof, hij won er de
Friedrich-Hölderlin-Förderpreis 2013, de Eidgenössischer Literaturpreis,
de Berner Literaturpreis, de ZKB Schillerpreis en de Retro-Romaanse
literaturprijs Premi Term Bel mee.
‘Een klein epos.’ – Neue Zürcher Zeitung
‘Arno
Camenisch componeerde een zeer krachtige symfonie voor zijn personages.
Hij een hoogbegaafde stemkunstenaar. Alle delen van deze trilogie
getuigen van stilistische bravoure.’ – Frankfurter Allgemeine Zeitung
